[layerslider id=”4″]

 

Over BHV

Om de gevolgen van brand en ongevallen te beperken, is ieder bedrijf verplicht bedrijfshulpverlening (BHV) te regelen.
Bedrijfshulpverleners zorgen dat er snel en effectief hulp wordt geboden bij incidenten, zo nodig totdat brandweer, ambulance en politie zijn gearriveerd. 

Iedere werkgever moet zorgen dat de deskundige bijstand op het gebied van BHV is geregeld. 
De Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RIE) is het uitgangspunt om te bepalen welke deskundige bijstand op het gebied van BHV nodig is. 
Afhankelijk van de aard, grootte, ligging van het bedrijf en de restrisico’s in het bedrijf, moeten één of meerdere werknemers zijn opgeleid als bedrijfshulpverlener. Dit moet ook als de BHV samen met andere bedrijven wordt georganiseerd.

Iedere BHV’er moet voor één of meer van de hulpverleningstaken zijn opgeleid. De BHV-organisatie als totaal moet in staat zijn alle hulpverleningstaken uit te voeren. 
Elke werkgever moet schriftelijk vastleggen hoe de BHV is georganiseerd in zijn bedrijf en welke maatregelen in dit verband zijn genomen. Dat kan in een BHV-plan.

Een brand, een persoonlijk ongeval of een ander incident. Elke werkgever wil voorkomen dat zoiets in zijn bedrijf gebeurt, maar niet alle risico’s zijn te vermijden. In 2007 gebeurden naar schatting 219.000 arbeidsongevallen met letsel en/of schade. Elk jaar breekt er vele keren brand uit in bedrijven en op bedrijfsterreinen. Om de gevolgen van brand en ongevallen te beperken, is ieder bedrijf verplicht bedrijfs-hulpverlening (BHV) te regelen. Bedrijfshulpverleners zorgen dat er snel en effectief hulp wordt geboden bij incidenten, zo nodig totdat brandweer, ambulance en politie zijn gearriveerd. 
Iedere werkgever moet zorgen dat de deskundige bijstand op het gebied van BHV is geregeld. De Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RIE) is het uitgangspunt om te bepalen welke deskundige bijstand op het gebied van BHV nodig is. Afhankelijk van de aard, grootte, ligging van het bedrijf en de restrisico’s in het bedrijf, moeten één of meerdere werknemers zijn opgeleid als bedrijfshulpverlener. Dit moet ook als de BHV samen met andere bedrijven wordt georganiseerd. Iedere BHV’er moet voor één of meer van de hulpverleningstaken zijn opgeleid. De BHV-organisatie als totaal moet in staat zijn alle hulpverleningstaken uit te voeren. Elke werkgever moet schriftelijk vastleggen hoe de BHV is georganiseerd in zijn bedrijf en welke maatregelen in dit verband zijn genomen. Dat kan in een BHV-plan.
In de nieuwe Arbo-wet is per 1 januari 2007 de getalsnorm van minimaal één BHV’er op vijftig werknemers verlaten. BHV is dus meer maatwerk. Het aantal benodigde BHV’ers hangt samen met de aard, grootte en ligging van het bedrijf en de restrisico’s. Op basis van de RIE zal de werkgever dus het juiste aantal bedrijfshulpverleners moeten vaststellen. Er zullen voldoende BHV’ers aangewezen en opgeleid moeten worden zodat, rekening houdend met ziekte, vakanties of ploegendienst er altijd BHV aanwezig is. Als een bedrijf uit verschillende afdelingen bestaat, is het aan te raden dat de BHV’ers verspreid werken over het bedrijf en/of verschillende etages.
In kleine bedrijven mag de werkgever de BHV-taken zelf uitvoeren. De werkgever moet dan een passende opleiding hebben gevolgd. Bij afwezigheid van de werkgever moet er een vervanger zijn om aan de eis te voldoen dat er altijd een BHV’er aanwezig is. Veel kleine MKB-bedrijven hebben maar één BHV’er. De wet schrijft echter voor dat er altijd voldoende BHV’ers aanwezig moeten zijn die snel in actie kunnen komen. Dit betekent dat er voldoende BHV’ers moeten zijn om ziekte, verlof en vakantie op te vangen. Bedrijven kunnen samenwerken met bedrijven in de directe omgeving of zorgen dat zij zelf over meerdere BHV’ers (dus minimaal twee à drie) beschikken.
U kunt de BHV’ers aanwijzen door een aanstellingsbrief op te stellen of door de BHV-taken in een functieomschrijving op te nemen.
Bij het bepalen van het aantal BHV’ers moet u rekening houden met een aantal factoren: de algemene en specifieke restrisico’s, de in het bedrijf of instelling aanwezigen en hun mate van zelfredzaamheid, beschikbaarheid en opkomsttijd van de professionele hulpverleningsdiensten, de aard, grootte complexiteit van het gebouw, externe risico’s.
• Algemene en specifieke restrisico’s 

Naast de algemene restrisico’s op brand en ongevallen – hoe klein ook – kunnen in een bedrijf specifieke restrisico’s aanwezig zijn, bijvoorbeeld vanwege het werken met machines, gereedschappen en voertuigen (zoals heftrucks), gevaarlijke stoffen, biologische agentia of vanwege mogelijke agressie en geweld van klanten. 

• Het aantal aanwezigen
De eigen werknemers en werknemers van andere werkgevers. De BHV moet ook rekening houden met aanwezige bezoekers, zoals klanten, patiënten en scholieren. Dit is vooral van belang in verband met een ontruiming, bijvoorbeeld bij brand of bommeldingen.

• De mate van zelfredzaamheid
Als er personen aanwezig zijn die zichzelf bij een incident moeilijk kunnen redden, heeft dat gevolgen voor het aantal BHV’ers dat nodig is. Denk hierbij aan bedgebonden patiënten, minder-validen en kleine kinderen of personen met een verstandelijke beperking.

• Beschikbaarheid en opkomsttijd van de professionele hulpverleningsdiensten
Slechte bereikbaarheid van het bedrijf voor hulpverleners. Als het bedrijf slecht bereikbaar is, zijn meer BHV-ers nodig om de tijd te overbruggen totdat de hulpverleningsdiensten zijn gearriveerd.

• De aard, grootte en complexiteit van het gebouw
Een groot, complex en oud gebouw met meerdere verdiepingen heeft meer risico’s dan een klein, eenvoudig, nieuw en brandveilig laagbouwpand. De BHV dient rekening te houden met het aantal verdiepingen en de brandveiligheid van het gebouw.

• Externe risico’s
Situaties in de omgeving van het bedrijf met aanzienlijke risico’s waarbij externe incidenten een risico kunnen vormen voor het eigen bedrijf. Bijvoorbeeld vervoer of opslag van gevaarlijke stoffen.
Met bovenstaande factoren brengt u de situatie in het bedrijf in kaart. Vervolgens inventariseert u welke incidenten er kunnen voorkomen. De mogelijke incidenten kunnen worden beschreven in scenario’s.

Een scenario is een beschrijving van een mogelijk incident dat in het bedrijf kan plaatsvinden.

Een aantal scenario’s kan in elk bedrijf voorkomen, zoals een ongeval waarbij de inzet van een ambulance nodig is, zonder spoed (bijvoorbeeld bij een gebroken been).
De BHV moet bij alle voor het bedrijf relevante scenario’s kunnen optreden. Het aantal BHV’ers, de taakverdeling en de BHV-procedures moeten worden afgestemd op de scenario’s die kunnen plaatsvinden.



Aandachtspunten bij het opstellen van scenario’s en bijbehorende procedures:

• De responsetijden die nodig zijn om tot een actieve inzet van BHV te komen. BHV-ers moeten zo snel mogelijk na de melding van een incident kunnen optreden. De BHV-inzet duurt tot het moment dat professionele hulpverleners arriveren en zij de hulpverlening overnemen. De responsetijd is een kwestie van maatwerk, die afhankelijk is van de stand van de techniek en maatgevende factoren.

• De tijd die nodig is om (een deel van) het gebouw/terrein te ontruimen.

• Degenen die moeten worden gealarmeerd bij een incident.

• De taak- en verantwoordelijkheidsverdeling binnen de BHV-organisatie. Bijvoorbeeld: wie alarmeert, wie ontruimt, wie verleent eerste hulp, wie coördineert, wie vangt mensen op na een ontruiming?
Op basis van de scenario’s en procedures wordt bepaald hoe de BHV wordt georganiseerd.

• Wat is het aantal benodigde BHV’ers en wat zijn hun taken en specialisaties? Zijn er BHV’ers nodig die de inzet aansturen/coördineren?

• Welke voorzieningen zijn nodig om de BHV-taken te kunnen uitvoeren, zoals eerste hulp-materialen, blusmiddelen, persoonlijke beschermingsmiddelen en communicatiemiddelen?

• Welke procedures moeten worden opgesteld voor alarmering, ontruiming en hulpverlening? 

• Wat is de benodigde instructie en voorlichting aan werknemers en bezoekers in het bedrijf?
Betrek zo mogelijk de preventiemedewerker en de OR of PVT bij het opstellen van scenario’s.
Er zijn voorbeelden van het handelen van de receptiemedewerker, werknemers en BHV’ers bij de scenario’s ongeval, brand en ontruiming beschikbaar. Deze voorbeelden kunnen in de meeste bedrijven worden toegepast.

Bhv-opleidingen

Samen met de werknemers moet de werkgever zorgen dat iedereen weet wat te doen in het geval van een noodsituatie. Daarom moet u als werkgever ervoor zorgen dat alle BHV’ers beschikken over een goede opleiding en uitrusting om hun taken goed uit te voeren. Daarbij is het verstandig om de BHV’ers periodiek een herhalingscursus te laten volgen. U moet keuzes maken over de invulling van de BHV en het opstellen van de opleidingseisen.

Aandachtspunten voor bedrijfshulpverlening

De BHV’ers moeten beschikken over een goede opleiding en uitrusting om hun BHV-taken goed uit te voeren.
Laat BHV’ers ongeveer één keer per jaar een herhalingscursus volgen.
Er moeten altijd voldoende BHV’ers aanwezig zijn. Ook bij ziekte en vakantie van de BHV’er moet moet de veiligheid gewaarborgd blijven.
Het is verstandig om medewerkers met een interne functie (binnendienst) aan te stellen als BHV’er.
Verplicht werknemers zo nodig niet om BHV’er te worden, vrijwillige betrokkenheid is meestal effectiever

Onze huidige klanten

Al uw brandpreventie in één hand.